Poker is een naam voor meer dan 500 varianten van dit boeiende kaartspel. Het meest bekende pokerspel is Texas Hold ‘m. Er zijn veel verschillende meningen over hoe het pokerspel ontstaan kan zijn. Sommigen zeggen dat de eerste pokerspelen rond 969 na Christus in China is ontstaan. Daar speelde de keizer Mu-Tsung ‘Domino Cards’ met zijn vrouw om het Nieuwe Jaar te vieren.
In de 12e en 13e eeuw speelden Egyptenaren ook graag met kaarten, terwijl in de 16e eeuw de Perzen kaarten hadden genaamd Ganjifa (ook wel Treasure Cards genoemd). Een Ganjifa kaartspel bestond uit een ‘deck’ met 96 grote gedecoreerde kaarten gemaakt van hout of ivoor. Hiermee speelden de Perzen het kaartspel ‘As Nas’, waarbij iedere speler 5 kaarten gedeeld krijgt uit een deck van 25 kaarten, waarna je één of meerdere kaarten mag omruilen om de beste hand te krijgen. Er werd door Perzië in de 17e en 18e eeuw veel met Frankrijk gehandeld. As Nas zou aan Franse immigranten in New Orleans geleerd kunnen zijn door Perzische zeilers. Het is dus zeer aannemelijk dat het Perzische spel zijn invloed heeft gehad op de Europese kaartspelen. Echter, in de late 20e eeuw hebben enkele experts beweerd dat dit Perzische spel toch niets met poker te maken heeft gehad. Poker zou ook van het Ierse ‘Poca’ (Pocket) kunnen afstammen. Een hele andere theorie zegt dat poker begonnen is in Frankrijk rond het jaar 1480. Daar heette het ‘Poque’, dat in het Nederlands pochen betekend. Zelfs toen hadden ze al in een pakje kaarten de schoppen, harten, ruiten en klaveren. Dus die kleuren (suits) gaan al ruim 520 jaar mee.
In Europa wordt er voor het eerst over een kaartspel geschreven in het jaar 1377 door de Zuid-Duitse monnik Johannes von Rheinfelden. Uit oude geschriften blijkt dat na dit jaartal plotseling overal in Europa kaartspelen opduiken. Manuscripten na 1377 staan vol met verwijzingen naar gokspellen met kaarten.

Vanaf het moment dat de Europeanen Amerika op grote schaal begonnen te koloniseren is de ontwikkeling van het pokerspel in een stroomversnelling geraakt. Het is zeker dat de Europeanen hun kaarten en daarmee ook hun kaartspelen meenamen naar Amerika en de Engelsen hadden daar uiteraard het grootste aandeel in. De Frans-Canadese kolonisten die New Orleans oprichten verspreidden het spel langs de Mississippi. De verschillende brag spelen ontwikkelden zich en stonden vanwege het bluf aspect ook wel bekend als lying game. In het begin van de 19e eeuw waren de brag spelen en de lying games zo populair geworden in de Verenigde Staten dat zelfs indianen-stammen zich met het spel bezig hielden.
De Engelse acteur Joseph Crowell vermelde dat het pokerspel reeds in 1829 te New Orleans werd gespeeld.
Vanaf 1830 kreeg het conservatieve zuiden meer vat op de cultuur in het westen en werd er hard opgetreden tegen gokken. Professionele gokkers werden uit steden gegooid en er zijn gevallen bekend waarbij gokkers gelyncht werden. De professionele gokkers mochten hun spellen niet meer op het vaste land spelen en zochten hun uitweg naar de zogenaamde riverboats op de Mississippi. Zware roulette wielen en ander casino materiaal waren niet zo geschikt om mee te nemen op de beroemde stoomboten en de gokkers gingen zich voornamelijk richten op kaartspelen die op de boten beter bekendstonden als de cheating games. In deze periode duikt ook voor het eerst het woord poker op in een geschrift van Jonathan H. Green. In 1843 schrijft hij in zijn boek “An Exposure of the Arts and Miseries of Gambling”, over een ‘Cheating Game’ dat werd gespeeld op de Mississippi rivierboten, waar gokken gangbare tijdsbesteding was tijdens de lange bootreizen en op deze manier verspreid werd in het Noorden van Amerika. Deze ‘Cheating Game’ verving het tot dan toe gespeelde kaartspel ‘3-Card Monte, waarbij er veelvuldig vals werd gespeeld. Green was zo geïnteresseerd in het spel dat hij formeel de naam ‘poker’ en de regels vastlegde in zijn boek. Poker werd met twee tot vier spelers gespeeld met 20 kaarten: tienen, boeren, vrouwen, heren en azen. Elke speler kreeg 5 kaarten en mocht hiervan één of meerdere ruilen. Vanuit New Orleans verspreidde het spel zich richting het westen. In het wilde westen kreeg het spel een goede kans om zich te vestigen; het kaarten en het gokken paste goed bij de avonturistische types die naar het westen trokken. Poker werd in de eerste twee decennia van de 19e eeuw, in de Mississippi-vallei voornamelijk gespeeld door outlaws of mensen uit de lagere sociale klasse. In de loop van de 19e eeuw speelden soldaten, cowboys en mannen van goede komaf het populaire pokerspel. In elk stad was er wel een saloon met een pokertafel.

Tijdens de periode van de “riverboatgamblers” won het gokken aan populariteit en het profiteerde van het grote aantal mannen dat richting het westen kwam door de Californische goudkoorts van 1848-1855. In dit nieuwe gebied schoten professionele gokhuizen als paddenstoelen uit de grond. In het begin was poker nog niet zo populair als andere gokspelen omdat je niet je volledige kapitaal in één keer kon inzetten zoals bij bijvoorbeeld roulette. Maar na een tijdje vielen steeds meer spelers voor de charme van poker.
Gedurende de Amerikaanse burgeroorlog (1861-1865) werden er nog vele varianten aan het spel toegevoegd, waaronder draw poker, stud poker, en de straat (straight).
Verdere Amerikaanse ontwikkelingen volgden, zoals de wild card (omstreeks 1875), lowball en split-pot poker (omstreeks 1900), en community card poker spellen zoals het hedendaagse zeer populaire pokerspel Texas Hold’em (omstreeks 1925). Amerikaanse militairen zorgden voor de verspreiding van het pokerspel naar andere landen, waarvan vooral in Azië een opmars was waar te nemen. In 1872 kwam het spel in opmars in Europa, vooral in Engeland werd het veel gespeeld.
Er was ook een Spaans kaartspel ‘Primero’, waarbij elke speler drie kaarten kreeg. Het inzetten terwijl men geen goede kaarten had was een belangrijk onderdeel van dit spel. We noemen dit ook wel bluffen! In Duitsland werd in de 15e eeuw ‘Pochen’ gespeeld. Het spel kende inzetrondes, handsterktes en bood de speler de kans om zijn handen te bluffen. In de 17e eeuw ontstaat in Frankrijk een spel genaamd ‘Poque’ dat direct lijkt af te stammen van het Pochspiel. In Frankrijk werd al een kaartspel genaamd ‘Brelan’ gespeeld. Het Engelse spel ‘Brag’ is duidelijk een afgeleide van het spel ‘Brelan’ en is begin 18e eeuw ontstaan. In dit spel deden de begrippen blinds, pot en flush hun intrede in de kaartwereld. Het is heel goed mogelijk dat het hedendaagse pokerspel is ontwikkeld met de invloeden van deze spelen uit het verleden.
Zoals al beschreven is het mogelijk dat er ook oosterse invloeden van toepassing zijn geweest op de ontwikkeling van het Franse kaartspel door de handel die in die tijd gedreven werd met Perzië.

Bijna 100 jaar lang was het spel nog onderhevig aan allerlei soorten verandering, de draw werd toegevoegd en er werden community cards bedacht zodat het spel met meer spelers gespeeld kon worden. Veel veranderingen zijn overigens bedacht door professionele valsspelers die op deze manier nieuwe manieren hadden om onwetenden geld afhandig te maken. Vanaf 1920 was het spel zo ingeburgerd in de Amerikaanse cultuur dat ook vrouwen het spel begonnen te spelen. Het spel is vanaf zijn geboorte altijd al een spel geweest voor alle lagen van de bevolking en alle soorten bevolkingsgroepen. Dit paste uiteraard wel bij de Amerikaanse mentaliteit van een vrij land met mogelijkheden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog en de oorlog in Vietnam hebben de Amerikanen het spel verder verspreid over de wereld en vandaag de dag is het het meest bekende en gespeelde kaartspel ter wereld.
In de jaren 30 van de vorige eeuw wordt poker steeds populairder, mede door termen als ‘bluffen’ en ‘pokerface’. In 1938 werd poker in Engeland verboden, omdat poker een kansspel is. Pas in 1960 mocht poker pas in bepaalde clubs weer worden gespeeld.

WSOP
Benny Binion had in 1951 de “Eldorado Club” en het “Apache Hotel gekocht en veranderde de naam in Binion’s Horseshoe casino. Pioneer als hij was, legde hij tapijt over de gehele vloer in het casino (in plaats van zaagsel), hij verzorgde vervoer per limousine en gaf alle spelers gratis drankjes en vouchers voor maaltijden. Beroemd zijn de late night $2 steak special.
Een van de toeristische attracties was een enorm hoefijzer met biljetten van $10.000 met een gezamenlijke waarde van $1 miljoen dollar.
In 1949 nodigde Binion twee pokerspelers uit om heads-up te komen pokeren in de Horseshoe. Deze match tussen Johnny Moss (42 jaar) en Nick “the Greek” Dandalos (57 jaar) duurde 5 maanden, waarbij Nick uiteindelijk twee miljoen dollar verloor. Nadat de laatste pokerhand was gespeeld zei Nick de volgende legendarische woorden: “Mr. Moss, I have to let you go.”
Een aantal jaren hoste Binion deze heads-up partijtjes, totdat hij in Reno meerdere spelers zag pokeren tijdens het Texas Gamblers Reunion. In 1970 nodigde Binion zeven pokerspelers uit in zijn eigen casino in Las Vegas. Jimmy “The Greek” Snyder, Rudy “Minnesota Fats” Wanderone, Doyle Brunson, “Amarillo Slim” Preston, Johnny Moss, and Puggy Pearson komen bijeen voor een partijtje pokeren. Er was nog niet echt sprake van een toernooi en Benny noemde het de World Series of Poker. Drie dagen en nachten werden verschillende pokervarianten gespeeld. De pokerspelers brachten allemaal hun stem uit wie ze de op-één-na-beste pokerspeler vonden (de beste waren ze zelf) en Johnny Moss (63 jaar) werd door de andere spelers uiteindelijk de beste all-round pokerspeler genoemd. Hij won cashgeld van de andere spelers, een trofee en mocht zich een jaar lang WSOP-winnaar noemen. Destijds waren er in de hele staat Nevada slechts 70 pokertafels.
Het jaar daarna, 1971, legde zes pokerspelers ieder $5.000 in en werd het een freeze-out toernooi. Johnny Moss ging er weer met de winst en de titel vandoor. De WSOP begon bekend te raken bij de mensen in Las Vegas maar bleef onbekend daarbuiten. Het werd uitgebreid met een tweede event: $10.000 buy-in Five-Card-Stud. De WSOP had een kickstart nodig, een ambassadeur die het woord zou verspreiden. Lang hoefde Benny Binion niet te wachten op een speler die de wagen zou gaan trekken want al het volgende jaar presenteerde zich de ultieme kandidaat. De welbespraakte Texaan Amarillo Slim Preston won in 1972 en ging met alle liefde het land door om in talkshows zijn woord te doen. Maar liefst elf keer was hij in de daaropvolgende jaren te gast bij de populaire ‘The Tonight Show’, hij schreef een bestseller en werd gevraagd voor rollen in speelfilms.
Doyle Brunson, die in 1972 uiteindelijk derde werd, zou jaren later in zijn boek ‘The Godfather of poker’ bekennen dat hij en Puggy Pearson, die tweede werd, Preston hadden laten winnen omdat ze geen zin hadden in alle publiciteit. Poker werd gezien als een activiteit van criminelen en pokerspelers werden beschouwd als het gespuis van de samenleving. Brunson en Pearson hadden geen zin om zich te moeten verdedigen, maar Preston vond het juist geweldig allemaal.
Poker kreeg meer en meer bekendheid en de WSOP van 1973 kreeg meer aandacht dan ooit te voren. CBS maakte een uitzending van de finaletafel en heel Amerika werd bekend met het officieuze wereldkampioenschap pokeren in Las Vegas. De organisatie breidde het aantal events uit met onder andere Razz. Het Main Event als ook twee side events werden gewonnen door Walter “Puggy” Pearson.
De jaren die volgden kenmerkten zich door de pro’s die het toernooi op hun naam schreven. Johnny Moss herhaalde zijn 1971 run en won het toernooi ook in 1974. Brian “Sailor” Roberts mocht zich winnaar noemen in 1975 en Brunson maakte zichzelf onsterfelijk door in zowel ’76 als ’77 te winnen. Ook in 1978 ging een poker grootmeester er met de titel vandoor; Boby Baldwin won het Main Event waarvan het deelnemersaantal inmiddels was opgelopen tot 42. Voor het eerst werd het prijzengeld verdeeld onder de topvijf winnaars. En het was ook in 1978 dat er voor het eerst een vrouw meedeed met de WSOP: Barbara Greer. In 1979 won zij het ladies Stud event.
In 1979 was het voor het eerst een amateur die aan het langste einde trok. Hal Fowler moest nota bene geld lenen van Binion om überhaupt mee te kunnen doen, maar versloeg wel alle grote namen uit de pokerwereld en kreeg $270.000 en de in 1976 geïntroduceerde felbegeerde bracelet.
De vieze smaak die de professionals in de mond hadden na de winst van Fowler in 1979 werd in één keer weggewassen met de komst van Stuart Errol Ungar. De jonge Stu speelde anders dan ieder ander in die tijd en verhief het agressief spelen tot een kunst. Niet alleen in 1980 won hij maar ook in 1981 ging de grootste prijs naar de jonge Stuey in een toernooi dat werd uitgezonden op NBC.

In de jaren tachtig bleef de WSOP groeien en al snel schoot de ruimte in Binion’s tekort om alle spelers te huisvesten. Het waren niet alleen de professionele pokerspelers die meededen aan de toernooien, maar dankzij een briljant idee van Eric Drache werd het concept van ‘satellites’ geïntroduceerd in 1983. Via een goedkoop satellite kon nu ook de alledaagse niet-professionele pokerspeler meedoen aan een event en zodoende pokeren met de beste pokerspelers ter wereld. Een droom van elke pokerspeler. Ieder jaar kwamen er al meer events bij en er werd inmiddels ook gespeeld in het naastgelegen Golden Nugget Casino en in de Four Queens. In 1987 kocht Benny Binion het er naast gelegen Mint Casino en opende een full-time pokerroom in de Horseshoe.
Toen Benny Binion in 1989 kwam te overlijden nam zijn zoon Jack Binion het stokje over. Die huurde Jim Albrecht en Jack McClelland in om hem te assisteren in de alsmaar groter wordende WSOP. Qualifiers, meer rijke amateurs die wilden spelen en de aanblijvende aandacht van de nationale televisiestations katapulteerde de WSOP naar algemene bekendheid in Amerika, en ook de aandacht vanuit Europa begon te komen toen we richting het einde van de jaren negentig gingen. In 1990 werd het Main Event gewonnen door een niet-Amerikaan: Mansour Matloubi uit Iraan. In 1991 kreeg de winnaar een miljoen dollar.
In 1997 was de WSOP zo gegroeid, dat de Horseshoe onvoldoende plaats had om alle spelers onder te brengen. Dat jaar werd in mei de finale gespeeld in de buitenlucht onder de in 1995 gebouwde overkapping van Freemont Street, de zogenaamde Freemont Experience. Belinda heeft een foto gemaakt van de finaletafel met onder andere Peter Bao waarmee ze een paar dagen er voor aan de 10/20 hold’m tafel had gespeeld. Hij werd 6e en won ruim $127.200. Hij vertelde later aan Belinda, dat hij gesponsord werd en veel gewonnen dollars weer af moest staan. De roem blijft!
Ook verschenen de eerste serieuze pokerstrategie boeken gedurende dit tijdperk, waaronder de poker bestsellers “The Theory of Poker” (1999) door David Sklansky, “Super System” (1979) door pokerlegende Doyle Brunson en “The Book of Tells” door Mike Caro.
In de jaren negentig verspreidde het pokeren zich in casino’s door heel Amerika, vooral in Atlantic City. In 1998 werd de eerste online hand gespeeld, aangeboden door ‘Planet Poker’. In 1999 was de eerste uitzending van ‘Late Night Poker’. Doordat de televisie de pokertoernooien uit ging zenden, konden fans thuis de pokerhanden zien. Mede door de uitvinding van de ‘hole-card’-camera in pokertafels is het gewone spelletje pokeren veranderd in een sport voor toeschouwers. Kijkers kunnen de acties en drama’s van het pokerspel ervaren en uitzendingen van grote pokertoernooien zoals de WSOP en de World Poker Tour (WPT) zorgen voor hoge kijkcijfers en professionele pokerspelers werden beroemdheden mét fans. Iedereen kon zich inschrijven voor een pokertoernooi met de kans om aan dezelfde pokertafel te komen zitten als een beroemde professional. Belinda heeft dit persoonlijk ervaren toen ze in Las Vegas naast Mike Caro kwam te zitten tijdens een pokertoernooi. In de pauze heeft ze toen snel haar exemplaar van ‘The Book of Tells’ van haar hotelkamer gehaald en Mike laten signeren. Doordat poker zo bekend werd gingen de mensen het ook thuis spelen alsook in illegale gelegenheden, waar er vaak om hele grote bedragen werd gespeeld.
De stijgende lijn qua aandacht en deelnemers werd abrupt beëindigd toen een ruzie in de familie Binions resulteert in het uitsluiten van Jack Binion van de WSOP. Veel spelers en dealers boycotten de WSOP door de afwezigheid van Jack terwijl zus Becky de dagelijkse leiding in handen had.

Vanaf 2003 werden er online ook satellite-toernooien gespeeld. Met het winnen van zo’n satellite kreeg je in plaats van een geldprijs een ticket voor een groter duurder toernooi, zelfs voor het WSOP zoals Chris Moneymaker en Greg Raymer dat hadden gedaan in 2003 en 2004. Een accountant met passende naam ‘Moneymaker’, zette de pokerwereld in 2003 op zijn kop. Deze poker-amateur kwalificeerde zich middels een $39 satellite op PokerStars voor een $600 direct WSOP qualifier. Door deze te winnen kwalificeerde hij zich voor het WSOP Main Event. De ESPN camera’s legden alles vast en met dank aan de onlangs geïntroduceerde holecardcams kon iedereen thuis nog meer meeleven. Het feit dat met deze camera’s de kaarten van alle spelers voor het publiek zichtbaar werden, en daarmee ook het inzicht in de tactiek en speelwijze van de pokerspelers, betekende een enorme vooruitgang in kijkersaantallen. Het gevolg was een explosieve groei van het aantal pokerspelers in Amerika en kort daarna ook in de rest van de wereld. Poker was van een anoniem gokspel in één keer een tv-sport geworden, waarmee het ouderwetse ‘rokerige kamertjes’ imago in korte tijd verdween. De overwinning van Moneymaker was het vonkje dat de pokerwereld nodig had om een pokerboom te laten gebeuren. De American Dream deed duizenden mensen zich het daaropvolgende jaar inschrijven voor de WSOP.
Behendigheidsspel of kansspel?
Poker is en blijft ‘gokken’, per definitie. Men zet in op kansen, men weet niet wat de uitkomst zal zijn. Echter, poker biedt, doordat men kansen kan berekenen en men tactiek kan aanpassen aan diverse situaties, als een van de weinige gokspelen een kans tot bekwaming (dat wil zeggen winstgevendheid op lange termijn). Het is in poker mogelijk beslissingen (acties) te maken die voordelig kunnen zijn voor de winstverwachting op de lange duur. Dit plaatst poker volgens velen binnen de groep van de “behendigheidsspelen” en buiten de groep van de “kansspelen”.

We pokeren nu al twee eeuwen en niets lijkt er op dat het spel zal doodbloeden zoals vele andere spellen door de eeuwen heen. Poker blijft winnen in populariteit. Internationaal valt poker onder de behendigheidsspelen. In Nederland plaatst de overheid het onder de gokspelen, hoewel de rechtbank te Amsterdam op 23-1-2014 in drie soortgelijke zaken anders oordeelde. Sinds april 2010 wordt het door de International Mind Sports Association erkend als een denksport. De uitspraak van de Hoge Raad uit 1998 is nog steeds van kracht: poker is een kansspel.